Kinderen met Downsyndroom zijn vaak beter af in het regulier onderwijs


Gert-de-GraafGert de Graaf van Stichting Downsyndroom gaf op 2 juni bij het ministerie van OCW een lezing over inclusief onderwijs aan kinderen met Downsyndroom. Wat zijn hiervan  de effecten? “Leerlingen in het regulier onderwijs hebben vaker vriendjes in de buurt en worden door hun klasgenoten goed geaccepteerd. Ook ontwikkelen ze hun spraak beter en leren ze meer schoolse vaardigheden dan in het speciaal onderwijs.”

Onderzoek naar inclusief onderwijs

De Graaf is pedagoog, onderzoeker en medewerker op het gebied van opvoeding en onderwijs bij de Stichting Downsyndroom en doet al 20 jaar onderzoek naar inclusief onderwijs aan kinderen met Downsyndroom. In maart 2014 promoveerde hij op dit onderwerp aan de Universiteit van Gent. Zijn belangrijkste conclusie: kinderen met Downsyndroom zijn in het regulier onderwijs vaak beter af dan in het speciaal onderwijs. Om tot deze conclusie te komen, onderzocht De Graaf de sociale effecten, effecten op de ontwikkeling en effecten op klasgenoten.

Licht effect op sociale aspecten

Op veel sociale aspecten, zoals aantal interacties, sociale rijpheid en gedragsproblematiek, bleek uit het onderzoek een neutraal of licht positief effect. “Het bleek dat regulier geplaatste leerlingen ten opzichte van leerlingen in het speciaal onderwijs vaker thuis met vriendjes spelen en even vaak wederzijdse vriendschappen hebben. Daarnaast worden zij volgens hun ouders en volgens de leerkrachten goed geaccepteerd.” De Graaf signaleerde wel dat leerlingen in het regulier onderwijs minder de kans krijgen om vriendjes te worden met andere kinderen met een beperking. “Klasgenoten noemen kinderen met het Downsyndroom vergeleken met andere kinderen tegen het einde van de basisschoolperiode minder vaak als ‘beste vriend’.” Daarom raadt hij ouders aan om te zorgen dat hun kind ook contact heeft met andere kinderen met een beperking.

Betere spraakontwikkeling en schoolse vaardigheden

Onderzoeken uit verschillende landen wijzen uit dat leerlingen met Downsyndroom zich gemiddeld beter ontwikkelen in het regulier onderwijs dan in het speciaal onderwijs, met name wat betreft spraakontwikkeling en schoolse vaardigheden. Dit geldt ook als gecorrigeerd wordt voor verschillen tussen regulier en speciaal geplaatste leerlingen met Downsyndroom wat betreft achtergrondvariabelen, zoals IQ en zelfredzaamheid van de kinderen zelf en opleidingsniveau van hun ouders. Ook concludeerde De Graaf dat reguliere plaatsing van leerlingen met Downsyndroom geen negatieve effecten heeft op andere leerlingen in de klas. “De effecten zijn juist eerder positief, zoals meer pro-sociaal gedrag, meer morele ontwikkeling, en betere acceptatie van mensen met beperkingen en andere minderheden.”

Profijt van regulier onderwijs

Meer dan de helft van de leerlingen met Downsyndroom start op een reguliere school. Van deze leerlingen wordt zo’n 60%  tijdens de basisschooljaren doorverwezen naar speciaal onderwijs. “Maar dat wil niet zeggen dat ze geen profijt hebben gehad van die jaren in het regulier onderwijs”, zegt De Graaf. “Kinderen die tot een jaar of 9 naar de reguliere school zijn gegaan, zijn veel verder in lezen, schrijven en rekenen dan kinderen die niet of veel korter op een gewone school hebben gezeten.” Belangrijke succesfactoren zijn volgens De Graaf dat de school niet alleen van de beperking van een leerling uitgaat én dat de samenwerking met ouders goed is. “Scholen die er samen met de ouders echt voor gaan kunnen het redden met zeer bewerkelijke kinderen.”

Geen speciale klassen

Wat betekenen deze resultaten nu voor passend onderwijs? “Tijdens de eerste jaren van passend onderwijs is het vooral belangrijk om de effecten op leerlingen met Downsyndroom goed te monitoren”, vindt De Graaf. “Blijven de mogelijkheden voor reguliere plaatsing zoals die er nu zijn voor deze leerlingen in stand? Ontstaan er in dit opzicht grote regionale verschillen?” Daarnaast raadt hij samenwerkingsverbanden af om allemaal speciale klassen in te richten als de standaardoplossing voor leerlingen met een beperking. “Je gooit dan de mogelijkheid op inclusie in de gewone klas weg, terwijl dit voor veel leerlingen met Downsyndroom juist heel goed werkt.”

Bron: http://www.passendonderwijs.nl/nieuws/gert-de-graaf-kinderen-met-downsyndroom-zijn-vaak-beter-af-het-regulier-onderwijs/